Update 25 november 2016

 

 

Bezienswaardigheden in Zwalm  

 

De Zwalmstreek is nog altijd een agrarisch gebied, met een tweetal kastelen, een aantal grote hoeven, kerken en een reeks kapellen. Voor grote historische middeleeuwse gebouwen, waaronder monumentale kerken en stadshuizen, wordt verwezen naar de steden Aalst, Gent en Oudenaarde. Alleen al voor de landelijke vergezichten is het lust en een must om de Zwalmstreek te bezoeken. 

 

 

1.0   Kastelen

 

 

1.1    Het kasteel ten Bieze te Beerlegem

 

Het kasteel is gelegen in de nabijheid van de kerk van Beerlegem, in een prachtig park van circa 40 hectare, dat voor een deel in Franse en in Engelse stijl is aangelegd.  Een beukendreef  verbindt het kasteel met het dorpscentrum. In het park bevinden zich eeuwenoude bomen.

 

De Munkbosbeek die door het domein loopt en een dertiental bronnen leveren via een systeem van leidingen en sluizen het water aan de slotgrachten en aan drie vijvers, die op een verschillend niveau zijn gelegen.

 

 

De geschiedenis van het kasteel gaat terug tot Diederik van Berleghem (1196) , die de oudst gekende Heer is van Beerlegem.Wanneer het oude kasteel werd gebouwd is niet bekend. Op oude prenten staat het afgebeeld op een rechthoekig eiland met twee bruggen.

 

Het huidige kasteel werd gebouwd omstreeks 1730, nagenoeg op dezelfde plaats als het oude. Het is een rechthoekig gebouw met zowel aan voor- als achterkant, een trap die toegang

Geeft  tot een in het midden gelegen deur.

Boven de middenpartij van drie traveeën, bevindt zich, zowel aan voor- als achterkant een fronton, met het gebeeldhouwd wapenschild van de eigenaar de markies van Rode.  Aan weerzijde van de middenpartij bevindt zich een vlakke vleugel van drie traveeën. Twee zijvleugels van één travee werden in 1872-1876 aan het kasteel toegevoegd.  Zowel aan voor- als achterzijde springen deze iets vooruit ten opzichte van het centrale gedeelte.

 

Voor het kasteel ligt het zogenaamde neerhof. Het bestaat uit twee langgerekte  gebouwen van elf traveeën, één op de oostzijde en één de westzijde van het erf dat toegang verleent tot het kasteel. Beide gebouwen dateren van eind van de 18e eeuw.  Bij de ingang van het kasteel ligt een oude ijskelder uit 1843.

 

Op de westelijke hoek van het kasteelplein staat sinds 1969 de schandpaal van de baronie van Beerlegem. Deze schandpaal (met oorspronkelijk ketting en halsband)  in Balegemse zandsteen stond aanvankelijk op het dorpsplein van Beerlegem, maar werd tijdens de Franse revolutie verborgen en later teruggeplaatst op een eilandje ten noordwesten van het kasteel. Een gebeeldhouwde leeuw met het wapenschild van de familie Rodriguez d’ Evora y Vega, het land van Rode en de baronie Beerlegem, werd gestolen in 1970.

 

Op de zuidelijke hoek van het kasteeleiland  staat de schandpaal van de heerlijkheid Welle/schelderode (grijze hardsteen met vierkant voetstuk met gehurkte leeuw die het wapenschild voor zich houdt). Op de oostelijke hoek staat de schandpaal  van de heerlijkheid Gontrode (grijze hardsteen met vierkant voetstuk met gehurkte leeuw  met het wapenschild omgeven door een mantel). Op de noordelijke hoek staat de schandpaal van de heerlijkheid Oosterzele (grijze hardsteen met vierkant voetstuk met gehurkte leeuw die het wapenschild voor zich houdt).

 

Het monumentale smeedijzeren hekken werd geplaatst in 1861. Het kasteel is niet toegankelijk voor het publiek. Wandelingen voor groepen kunnen aangevraagd worden aan de huidige eigenaar mits schrifttelijke aanvraag gericht aan: Graaf d'Ursel, Kasteeldreef, 8 te 9630 Beerlegem.

.

 

Het domein is eigendom van Graaf d’ Ursel de Bousies, een afstammeling van de vroegere eigenaar, de markies van Rode, Lopez Maria Rodriguez  Evora y Véga.

(Bron:  “Zwalm, Het twaalf dorpenparadijs”, blz. 40 en 41).

 

 

 

1.2    Het kasteel van Roborst

 

Het “zeventorenkasteel” te Roborst werd verwoest in 1792. Er bleef nog slechts één toren over. Het gaat om een bakstenen ronde traptoren met puntdak uit de 16e eeuw. De onderbouw van de toren enkele kelders, in de volksmond “het duivelsgat”genoemd . Hij geeft het vroegere niveau aan van de begane grond die toen veel lager was. Op een figuratieve kaart uit de 17e eeuw wordt het toenmalige kasteel voorgesteld met vier vleugels op vierkant grondplan, met op elke hoek een toren en omwald.  Daarnaast een neerhof en een poortgebouw met twee torens. Volgens de overlevering zou het gebouw echter zeven torens hebben gehad.

 

 

In 1799! Liet Marie-Charlotte Van de Woestijne, vrouwe van Roborst, op het domein een landhuis optrekken naar het voorbeeld van ‘La Bagatelle’ uit het Bois de Boulogne te Parijs.Symmetrie is het grote kenmerk van dit neo-classicistische slot.

 

De witwarmeren Korintische zuilen in de hall komen uit de abdij van Ename (Oudenaarde). Het kasteel en ook de oude toren zijn gelegen in een prachtige landschapstuin met grote vijvers, die gevoed worden door dezelfde bronnen die de waterkersteelt te Roborst mogelijk maken. De dienstgebouwen staan op de plaats van het oorspronkelijk neerhof. 

Het domein is niet toegankelijk voor het publiek.

(Bron:  “Zwalm, Het twaalf dorpenparadijs”, blz. 41en 42).

 

Het kasteel van Roborst is thans te koop.

U kunt voor meer foto's van het kasteel terecht op onze webpagina "fotogalerij" link naar "Roborst"  en link naar "recente foto's".

Voor meer info over de koopprijs en voorwaarden wordt verwezen naar "DW Immo Wellens & Partners."  

 

 

 

1.2.1 De motte van Roborst

Ten zuiden van het kasteel van Roborst achter de hoeve (Hof  ten Daele) bevindt zich een vrij goed bewaarde castrale motte. De motte staat ten onrechte bekend als “tumulus”  (grafheuvel). Het toponiem motte betekent “aarden ophoging”.  Een castrale motte is in de striktste betekenis van het woord een kasteel of versterking op een aarden ophoging.

 

 

Volgens Sam De Decker, volstaat een blik op de inplanting – in de vallei van de Zwalmbeek – om de structuur als een middeleeuws mottekasteel te identificeren. Het opperhof  is beplant met enkele populieren en wordt gebruikt als weiand.  De aanaarding  vertoont een bijna perfecte circulair grondplan +/- 40 m in diameter, en is zo’n 7 meter hoog.  Van het nederhof is weinig terug te vinden. De motte is terug te vinden op diverse historische kaarten.  (bron: dossier A.16, uit de licentiaatsverhandeling van Sam De Decker, Ac. Jaar 1997-1998. Getiteld: “Vanuit de hoogte. Een vergelijkende studie van de inplanting van castrale mottes in de provincie Oost-Vlaanderen).

 

 

 

2.0   Watermolens

 

2.1      Inleiding

De eerste watermolens in de Zwalmstreek worden reeds in de elfde eeuw vernoemd. In het begin van de 19e eeuw waren wind- en watermolens nagenoeg de enige bron van energie. Ze werden niet alleen gebruikt om meel of om chicorei te malen, maar ook om olie te pletten, mais en rijst te pellen papier te maken enz. 

 

Men onderscheidt onderslag- en bovenslagmolens, naargelang het water onder of bovenop het waterwiel terechtkomt. Een watermolen vraagt een voldoende verval en een voldoende debiet om te kunnen draaien. Omdat in de dalbodem van de Zwalm het verval niet altijd voldoende is, heeft men dikwijls evenwijdig aan de rivier een klein zijkanaal aangelegd, waar langs het water werd afgeleid door middel van sluizen. Om een voldoende debiet te verzekeren, werd tussen twee maalbeurten in het water opgespaard. Daarvoor werd de beek stroomopwaarts verbreed of soms werd een spaarvijver aangelegd. (Bron: “Zwalm, Het twaalf dorpenparadijs”, blz. 42 en 43).

 

 

2.2      De Ijzerkotmolen

Deze molen aan de Zwalm gelegen in de deelgemeente St. Maria-Latem. Vlakbij de herberg ‘Klein Zwiterland’. Tegenover de molen staat het Stampkot, waar vroeger door middel van stampen olie werd geproduceerd uit lijnzaad. Het stampkot is momenteel ingericht als restaurant.  Uit bronnenmateriaal kan opgemaakt worden dat er op deze locatie in de molen reeds sprake was van papierproductie in 1571-1572. Later werd de molen een graanmaalderij.  Eind 19e eeuw heeft de molen een tijdlang dienst gedaan als brouwerij annex flessenspoelerij. In 1998 werd de Ijzerkotmolen beschermd als monument. In 1998 werd gestart met de restauratie van het maalwerk. (Bron: “Zwalm, Het twaalf dorpenparadijs”, blz. 46).

 

      

Zicht op de ingang en de zijkant van taverne "De Ijzerkotmolen"  (Foto's: Frans Roest)

                                  

                                                                                            

 

2.3      Klein Zwitserland

In de nabijheid van de Ijzerkotmolen ligt aan de Zwalmbeek de herberg ‘Klein Zwitersland’.   De herberg was in het begin van de 20e eeuw een sluiswachterswoning. Het sluishuis werd tevens als herberg ingericht.  Als naam voor de herberg werd gekozen voor ‘Klein Zwitserland’, omdat de sluiswachter deze plek in zijn verbeelding vergeleek met Zwitserland: de bergen met de omringende heuvels, de meren met de vijver; de rivieren met de beek en de watervallen met het sluis. In het pand is heden ten dage nog altijd een taverne gevestigd.

(Bron:  “Zwalm, Het twaalf dorpenparadijs”, blz. 52).

 

 

2.4      De Moldergemmolen

In Sint-Denijs-Boekel, op de grens met Horebeke stroomt de Boekelbeek. Langs deze beek staat de Moldergemmolen, aan de voet van de Molenberg. De Molenberg is gekend uit wielerklassiekers als de Ronde van Vlaanderen en het Omloop het Volk. De Moldergemmolen ontleent zijn naam aan het gehucht Moldergem. Reeds in 1229 behoorde deze molen tot het domein van de Benediktijnerabdij van Ename (Oudenaarde). De molen schijnt aanvankelijk een zaagmolen te zijn geweest, maar later ook  een olie- en graanmolen.  In 1871 werd er een stoommachine geïnstalleerd. De binneninstallatie blijkt nog intact. Ook het bovenslagwiel en het sluiswerk zijn nog in behoorlijke staat.

(Bron:  “Zwalm, Het twaalf dorpenparadijs”, blz. 46).

 

 

 

2.5      De Vanderlindenmolen in Nederzwalm-Hermelgem

Deze bakstenenmolen bevindt zich in de Biestmolenstraat, op een aftakking van de Peerdestokbeek (verlengde van de Boekelbeek). De molen heeft achtereenvolgens dienst gedaan als blekerij of wasmolen, als oliemolen en vanaf 1870 als graanmolen. De benaming is afkomstig van een vroegere eigenaar.  Het molenhuis is een zelfstandig gebouw met twee toegangsdeuren. Er zijn twee koppels maalstenen. Sinds 1963 wordt de molen niet meer gebruikt.  (Bron:  “Zwalm, Het twaalf dorpenparadijs”, blz. 43).

 

 

2.6      De Terbiestmolen in Nederzwalm-Hermelgem

Deze molen staat in de Biestmolenstraat in de onmiddellijke nabijheid van de gewestweg Aalst-Oudenaarde. Het waterrad wordt aangedreven via een aftakking van de Zwalmbeek, die een 100 tal meters stroomopwaarts wordt afgeleid en onder het woonhuis en straat doorloopt en zo in de molen uitkomt. De molen werd in 1970 stilgelegd, kort nadat een man bij het smeren van de assen verongelukte.  (Bron:  “Zwalm, Het twaalf dorpenparadijs”, blz. 43 en 44).

 

Zicht op de Terbiestmolen (foto: Frans Roest)

 

 

2.7      Pedes molentje

Op de Passemaregracht juist aan de grens met Velzeke staat het Pedes molentje. Het molentje ontleent haar naam aan de toenmalige eigenaresse B.Pede-De Clercq die in 1938 eigenaar werd van dit molentje.

Het debiet van de Passemaregracht was op zich zelf niet groot genoeg om de molen te laten draaien. Daarom moest de molenaar het water stuwen tot er genoeg water was om de molen enkele uren te laten draaien. Het molentje werd in 1999 volledig gerestaureerd. (Bron:  “Zwalm, Het twaalf dorpenparadijs”, blz. 44).

 

 

 

2.8      De Zwalmmolen of  Ten Bergemolen

Deze toeristisch aantrekkelijke molen staat in de Rekegemstraat te Munkzwalm en is gelegen aan een fraai wandelpad.  In 1040 behoorde de watermolen tot het domein van de Sint-Pietersabdij te Gent. De molen had in de loop der tijd verschillende functies. Er werd koren gemalen voor het dagelijks brood. Men perste er olie voor de verlichting, maalden chicorei, pelden maïs en rijst en verpulverde tabak tot snuif.  In 1964 viel de molen stil.

 

De molen en het molenhuis behoren sedert enkele jaren tot het  patrimonium van de Provincie Oost-Vlaanderen. Het ligt in de bedoeling de molen volledig te laten restaureren.

 

Tegenover de molen staat het stijlvol molenhuis, waarin een cafetaria wordt uitgebaat. In het wagenhuis is het provinciaal toeristisch infokantoor gehuisvest. (Bron:  “Zwalm, Het twaalf dorpenparadijs”, blz. 44 en 45).

 

 

Zicht op de gesloten taverne "de Zwalmmolen" (Foto’s: Frans Roest)

 

 

Zicht op de Zwalmbeek nabij "de Zwalmmolen" (Foto: Frans Roest)

 

 

2.9      De Bostmolen of Machelgemmolen

Deze molen staat langs de Zwalmbeek in de wijk Machelgem te Roborst.  Aanvankelijk waren hier twee molens bekend: een graanmolen en een oliemolen. Beide molens werden in 1933 administratief verenigd en de oliemolen hield op te bestaan. De eigendomsgegevens gaan terug tot 1571. De molen was toen eigendom van jonkheer Joos van Courtewijle, gouverneur van Oudenaarde, maar werden gepacht door Kerstiaen Keymeulen. In het begin van de 19e eeuw waren de Machelgemmolens eigendom van de familie Moreels. In 1866 werd de molen openbaar verkocht, de nieuwe eigenaar werd landbouwer Karel van Wittenberghe. In 1899 ging de molen over in handen van familie Plasman. De molen werd aangedreven door een ijzeren bovenslagrad dat oorspronkelijk was ingebouwd. In begin van de jaren zestig van de vorige eeuw werd de molen stilgelegd  en werden de maalactiviteiten gestaakt. Tegenwoordig is de molen omgebouwd tot restaurant. In 2003 werd de molen beschermd monument en samen met zijn omgeving geklasseerd als beschermd dorpsgezicht. 

 (Tekst:  o.a. Geert Wisse).

 

 

2.10    De Stampkotmolen

Deze molen wordt voor het eerst vermeld in 1563. De molen was gelegen te Nederzwalm-Hermelgem aan de Stampkotbeek. Tot na 1918 maakte men hier “lijzekoeken” (gebrokkeld dienden ze als veevoer) en raapkoeken (werden in aalputten gestoken om deze meststof te  versterken) en raapolie  (brandstof voor o.a. bollantaarns). In 1914 erfde brouwer Omer De Geyter de molen. Hij vergrootte de molen en liet er een motor plaatsen. Hij raakte toen bekend onder de naam “lijnkoekwatermolen”.  Tijdens de laatste wereldoorlog  draaide de molen nog op volle toeren, maar rond 1950 werd het molenrad en de molenstenen uitgebroken. Later werd ook het molengebouw afgebroken en bleven alleen de keermuren bewaard. Het molenhuis zelf werd verbouwd. (Bron:  “Zwalm, Het twaalf  dorpenparadijs”, blz. 47).

 

 

 

 

3.0   Windmolens

 

 

3.1      De Vinkemolen te Sint Denijs-Boekel

 

De Vinkemolen behoort tot het type staakmolens. Dergelijke molens zijn volledig in het hout opgetrokken en worden in de bestaande literatuur gerekend tot het oudste windmolentype.  Ze kwamen in de 12e eeuw in Vlaanderen in ontwikkeling. Ze werden gebruikt voor het malen van onder meer graan. Omstreeks 1830 waren in Oost-Vlaanderen  maar liefst 447 staakmolens bedrijvig. Op dit moment telt Oost-Vlaanderen nog 14 staakmolens.

 

De heropbouwde en gerestaureerde Vinkemolen is afkomstig uit Oosterzele, waar hij tijdens een zware storm in 1983 omver waaide. De wrakstukken van de molen werden gedemonteerd en gedeeltelijk in de openlucht opgeslagen. In 1998 werden de resterende onderdelen naar Wijlegem overgebracht en heropgebouwd.  De Vinkemolen werd op 13 september 2003 feestelijk geopend.

De nieuwe standplaats van de molen is uitermate markant en behoort tot een van de best bewaarde ‘open’ heuvels van de Vlaamse Ardennen. Het perceel waarop de molen staat, is gelegen aan de weg die thans Wijlegemstraat heet. Maar voor de fusie van 1971 heette deze weg “Molenstraat”.  Ze leidde immers naar de Franskoutermolen en naar de lager gelegen watermolen te Moldergem. Deze buurtweg werd reeds vermeld in de 16e eeuw.

De Vinkemolen werd opgericht op zo’n 300 meter van de oorspronkelijke plaats van de in 1946 afgebroken Franskoutermolen. De molen is maalvaardig gerestaureerd en regelmatig in bedrijf. De molen is toegankelijk voor het publiek. Bezoek ook de website "vzw de Vinkemolen" op : http://travel.to/vinkemolen.  (Bron en tekst: Geert Wisse). 

 

 

3.2      De verdwenen Franskoutermolen

 

Op het hoogste punt van de Franskouter stond tot in 1946 een forse staakmolen (zie foto). Volgens een heemkundige studie zou deze molen reeds vermeld worden rond 1500 en behoorde ze toe aan Formelis Borluut, de heer van Boekel.  In 1704 werd de windmolen verkocht aan Jan de Cooman, maar tot aan de afschaffing van de heerlijkheden bij de aanvang van de Franse bezetting werden er cijnsrechten betaald aan familie Borluut en later van Melle.

 

 

Aanvankelijk heette dit gebied de “Franckxkouter” De adellijke familie Vranckx die afkomstig was uit Frans Vlaanderen op deze kouter meerdere bezittingen. Op oude kaarten en plannen kan men de kouter terugvinden. Bij een KB werd de molen in 1945 beschermd, maar helaas werd ze in 1946 omvergetrokken. De lage molenwal werd afgegraven en er werd een mechanische maalderij en woonhuis gebouwd. De oorspronkelijke molenhoeve werd in de jaren tachtig van de vorige eeuw verbouwd.  (Bron en tekst: Geert Wisse).

 

 

3.3      De koutermolen

De molen staat op de kouter te Rozebeke en domineerde vroeger de omgeving. Het is een stenen koren- en oliewindmolen. De molen dateert uit de 18e eeuw. Vanaf 1894 werd alleen nog graan gemalen.  In 1955 werd hij vergroot en omgevormd tot mechanische graanmaalderij. De molen is ontdaan van zijn wieken. Sinds 1975 is de witte koutermolen als woning ingericht.   (Bron:  “Zwalm, Het twaalf  dorpenparadijs”, blz. 48).

 

 

3.4      De Stenen Windmolen

Op de Tarandushoogte op de grens tussen Dikkelvenne en Beerlegem staat al jaren een stenen windmolen te verkommeren. Alleen de romp is nog overgebleven. Uit archiefstukken blijkt dat er sprake was van een verbouwing van de molen in het jaar 1771.  In archiefstukken uit 1503 wordt al melding gemaakt van een windmolen te Beerlegem onder de benaming “Molen ter Varent”.  Hij was eigendom van de dorpsheer en bij uitspraak van de Raad van Vlaanderen waren alle inwoners van het  Land van Gavere gerechtigd om er hun graan te laten malen. (Bron:  “Zwalm, Het twaalf  dorpenparadijs”, blz. 48).

 

 

3.5      D’Oude Madrienne te Hundelgem

D’Oude Madrienne, een stenen windmolen, dateert van 1775 en staat links van de steenweg Oudenaarde-Aalst te Hundelgem. Thans is de windmolen van zijn kap en molenwieken ontdaan. Enkel de molenromp is bewaard gebleven. (Bron:  “Zwalm, Het twaalf  dorpenparadijs”, blz. 48).

 

 

3.6      Pedesmolentje of Bistmolen  te Hundelgem

Deze kleine molen dateert wellicht uit de 18e eeuw en is gelegen aan de Passemaregracht (Krekelstraat 99). Aanvankelijk stond deze molen bekend als “Bist”molen en later als “Pedes”molentje, omdat Benjamin Pede-De Clercq in 1938 eigenaar was geworden. De molen is uitgerust met drie steenkopels, een graanbreker; een haverbreker en een builmolen. In 1968 werd de molen stilgelegd. Door het vrij klein debiet moest de molenaar het water eerst lang genoeg stuwen, tot er genoeg water was om de molen enkele uren te laten draaien. In 1981 werden de molen en het dorpsgezicht als monument beschermd. De eigenaar liet een maalvaardige restauratie uitvoeren. Het resultaat mag gezien worden. (tekst: Geert Wisse).

 

 

 

 

4.0   Hoeves en boerderijen

 

 

4.1      De Kaaihoeve te Meilegem

Vóór de Schelde werd gekanaliseerd, was er te Meilegem een aanlegsteiger, die voor groot belang was voor de handel in de streek met de steden Oudenaarde en Gent. Deze aanlegsteiger was gesitueerd  ter hoogte van de ‘Kaaihoeve’; dit verklaart de naam van de hoeve. De hoeve werd meerdere malen herbouwd.

‘De Kaaihoeve’ werd aangekocht door de Provincie Oost-Vlaanderen en ingericht als educatief centrum voor allerlei natuur- en milieueducatieve activiteiten en sensibiliseringscampagnes.   (Bron:  “Zwalm, Het twaalf dorpenparadijs”, blz. 53).

 

De kaaihoeve te Meilegem

4.2      In bewerking.

 

 

 

 

5.0   Kerken

 

5.1      De Sint-Andrieskerk te Beerlegem

De huidige kerk dateert van 1792, de toren van 1641. Voorheen stond er een éénbeukig kruiskerkje, met stro bedekt (1596).

De kerk is hoofdzakelijk gebouwd uit baksteen, afgewisseld met zandsteen. De peilers zijn gebouwd met blokken Balgemse steen. (Bron:  “Zwalm, Het twaalf dorpenparadijs”, blz. 22).

 

5.2      De Sint-Bandenkerk te Dikkele

De Gentse Sint-Pietesabdij bezat vanouds het patronaat over deze kerk. In 1840 werd de kerk herbouwd. De huidige kerk is opgericht in baksteen, met Ledische zandsteen voor plint en hoekstenen, vermoedelijk gerecupereerd uit de oude kerk.  (Bron:  “Zwalm, Het twaalf dorpenparadijs”, blz. 22 en 23).

 

Zicht op de St. Pietersbanden kerk (Foto: Frans Roest)

 

5.3      De Sint-Amanduskerk te Hundelgem

Het Sint-Hemeskapittel te Ronse beheerde het patronaat Hundelgem. Het oudste gedeelte van het huidige kerkgebouw behoort tot de Romaanse periode 12e eeuw. De huidige kerktoren dateert van de uitbreiding van 1834. De kerk is bijna in zijn geheel uit grote blokken Balegemse zandsteen opgetrokken. (Bron:  “Zwalm, Het twaalf dorpenparadijs”, blz. 23 en 24).

 

 

5.4      De Sint-Maartenskerk te Meilegem

Het patronaat te Meilegem werd uitgeoefend door de O.L. Vrouw abdij te Affligem en vanaf 1559 door de aarttsbisschop van Mechelen. Pas in begin van de 18e eeuw kreeg Meilegem zijn eigen pastoor, daarvoor werd de parochie bediend door de pastoor van het nabij gelegen Beerlegem.

 

De huidige kerk is gebouwd eind 18e eeuw. De kerk is nagenoeg geheel in baksteen. De kerk heeft een merkwaardig interieur, met mooi afgewerkte vensterlijsten en moerbogen en o.a. een mooi beeld van Sint-Martinus.  (Bron:  “Zwalm, Het twaalf dorpenparadijs”, blz. 24 en 25).

 

 

5.5      De Sint-Mattheuskerk te Munkzwalm

De Gentse Sint-Baafskerk bezat in de middeleeuwen het patronaat over de kerk. De huidige kerk werd opgericht in 1875 werd aan de overkant van de straat schuin tegenover tegenover het oorspronkelijke kerkje gebouwd.  Het is een bakstenen, driebeukige kerk. De toren staat op de oostelijke hoek. Net als de kerkgebouw zelf is het interieur overwegend

neogotisch daterend uit het begin van de 20e eeuw. (Bron: “Zwalm, Het twaalf dorpenparadijs”, blz. 25 en 26).

 

 

5.6      De Allerheiligenkerk te Nederzwalm

Het O.L. Vrouwkapittel van Kamerijk bezat hier vanouds het patronaat. Het oorspronkelijke kerkje moet een énbeukig Romaans of vroeggotisch kerkje in Doornikse kalsteen zijn geweest. Er hebben in de loop van de tijd diverse verbouwingen plaatsgevonden. Na de fusie met het gehucht Hermelgem werd in 1851 de benedenkerk uitgebreid met twee zijbeuken. De toren werd geflankeerd door een doopkapel in  het zuiden en een bergplaats met trap naar het doksaal in  het noorden. De kerk is grotendeels in baksteen, met hier en daar herbruikte Doornikse zandsteen of Ledische zandsteen. Het interieur is laat 17e, begin 18e eeuw. In de kerk bevinden zich enkele waardevolle schilderijen en prachtig zilverwerk. (Bron: “Zwalm, Het twaalf dorpenparadijs”, blz. 26 en 27).

 

 

5.7      De Sint-Gangulphuskerk van Paulatem

Het patronaat van de kerk was in de middeleeuwen in het bezit van het H. Kruiskapittel van Kamerijk. De kerk was oorspronkelijk een 12e eeuws eenbeukig romaans zaalkerkje in Doornikse kalksteen. De éénbeukige kerk werd in de loop van de eeuwen een aantal keren verbouwd. Het gotisch koor dateert uit de 14 eeuw. Tijdens de restauratie van 1832 werd ook de westgevel met bakstenen bekleed. De kerk is voorzien van een houten dakruiter. Sint-Gangulfus is de beschermheilige van bedrogen echtgenoten. De kerk bevat 16e, 17e en 18e eeuwse kerkmeubelen en kunstwerken, waaronder een laatgotisch hout beeld van de heilige; een fraai altaar en een zeskantige eiken preekstoel. (tekst: o.a Geert Wisse).

 

Zicht op het kerkje van Paulatem (Foto: Frans Roest)

 

5.8      De Sint-Denijskerk van Roborst

De kerk behoorde in de middeleeuwen toe aan de Sint-Pietersabdij te Gent. In 1767 werd de kerk volledig vernieuwd. In de loop van de 20 eeuw werden verschillende restauraties uitgevoerd. De kerk is centraal gelegen aan het dorpsplein. Ze is grotendeels opgetrokken in baksteen met enkele gedeelten Ledische zandsteen. Het is een driebeukig  pseudo-basilieke kerk van drie traveeën. De westtoren heeft een vierkantige romp, een achtkantige geleding en een klokvormige geleding, een unicum in het kanton. Het interieur bevat een mooie 18e eeuwse preekstoel, en een aantal 17e eeuwse schilderijen. Waaronder een schilderij die die wordt toegeschreven aan Maarten De Vos. (Bron: “Zwalm, Het twaalf dorpenparadijs”, blz. 29 en 30).

 

 

5.9      Onze Lieve Vrouwekerk van Rozebeke

Het patronaat Rozebeke, 1040 nog een afhankelijkheid van Roborst, viel vanaf 1040 door een schenking in het patrimonium van de Sint-Pietersabdij te Gent. In 1164 schonk de Sint-Pietersabdij aan Rozebeke een Lieve Vrouwe beeld. Het is dus goed mogelijk dat de romaanse kerk, waarvan de beuk grotendeels is bewaard, werd opgericht in de 12 eeuw. I n de tegenstelling tot de meeste andere kerkjes in de streek, werd tijdens de beeldenstorm van 1566 en later nogmaals in 1579 veel schade aan de kerk aangericht. In 1579 werd de kerk zowel geplunderd als in brand gestoken. De kerk werd hersteld en in de loop der eeuwen diverse malen gerestaureerd. In 1938 werd de kerk bij Koninklijk Besluit de geklasseerd.

 

De kerk is aan Onze-Lieve-Vrouw toegewijd. De kerk was een bedevaartsoord tegen roos en pest. De kerk wordt ook wel de kathedraal van Zwalm genoemd.

 

Het grondplan van de kerk bestaat een enkelvoudig romaanse beuk. De beuk is opgetrokken uit natuursteen (ijzerzandsteen en Doornikse kalksteen). Het verhoogde bovengedeelte van de zijmuren is baksteen en de 17e eeuwse westgevel is in baksteen met zandstenen speklagen. Dat er regelmatig verbouwingswerkzaamheden hebben plaatsgevonden is te zien aan de vele dichtgemetselde vensters en deuren.

 

 

Het interieur is overwegend 18e eeuws. Het rijke meubilair van de kerk is voor een gedeelte afkomstig van de abdij van Maagdendale te Oudenaarde, nadat deze tijdens de Franse bezetting was opgeheven (1796). De kerk bevat een 15e eeuwse hardstenen doopvont en  een barokaltaar uit 1645, diverse belangrijke Maria beelden en schilderijen. Tijdens open monumentendag is de kerk opengesteld voor het kunsthistorisch minnend publiek. (Bron: “Zwalm, Het twaalf dorpenparadijs”, blz. 30, 31 en 32).

 

 

5.10    De Sint-Blasius-kerk te Sint-Blasius-Boekel

Deze kerk kwam na een schenking onder het patronaat van de Sint-Salvatorabdij te Ename en was eerst toegewijd aan Sint-Bavo. Deze werd in 1619 verdrongen door de meer populaire Sint-Blasius. De oorspronkelijke kerk zou een kleine kruiskerk zijn geweest. De kerk werd tijdens de beeldenstorm (1566) beschadigd en in 1583 door krijgsverrichtingen op het kerkhof. Ook kreeg de kerk te kampen met brand als gevolg van een blikseminslag in 1666.  In 1846 werd de benedenkerk afgebroken en opnieuw voltooid in 1849.

 

Vergezicht op de kerk van St-Blasius-Boekel

 

De huidige kerk is een driebeukige pseudo-basilikale kerk. De kerk is bijna geheel uit bakstenen bebouwd, in de oudere oostpartij werden blokken zandsteen verwerkt. De benede kerk heeft arduinen plinten. Het interieur bevat een schilderij uit 1666 van Antoon Van den Heuvel “Sint-Blasius geneest een kind”.  (Bron: “Zwalm, Het twaalf dorpenparadijs”, blz. 33).

 

 

5.11    De Sint-Denijskerk te Sint-Denijs-Boekel

Het patronaat van deze kerk werd in de middeleeuwen door de St. Baafs-abdij te Gent uitgeoefend. Oorspronkelijk moet het kerkje éénbeukig zijn geweest, waarvan de oostgevel in Doornikse kalksteen, nog aanwezig is. Daarbij sloot een lager koortje aan. Het huidige koor is van latere bouw. In de 17e eeuw, 18e eeuw werden respectievelijk een sacristie, voorportaal, nieuw torentje gebouwd. In de 19e eeuw werd de benedenkerk verbouwd tot driebeukige pseudobasiliek. In het begin van de 20e eeuw vond een totale restauratie van de kerk plaats, met onder meer verlenging en verbreding van het schip in, de toevoeging van een doopkapel en het bouwen van een nieuwe sacristie en traptoren. 

 

Thans bestaat de kerk uit een driebeukige benedenkerk, waarvan de middenbeuk, waarvan de middenbeuk een halve travee westwaarts vooruitspringt en waarbij ten noorden de doopkapel aansluit. Het middenkoor is Doornikse kalksteen, verder uit baksteen en zandsteen, met in de plinten herbruikte Doornikse steen. Het torentje is een houten dakruiter. De sacristie bevindt zich in de zuid-oostelijke hoek, de cilindrische traptoren in de noord-oostelijke hoek. De kerk is afgedekt met zadeldaken.

 

Het interieur van de kerk is in de 20e eeuw volledig vernieuwd. Het interieur omvat nog een schilderij uit de 17e eeuw, dat wordt toegeschreven aan A. van den Heuvel, “Christus van het kruis afgenomen.”  (Bron: “Zwalm, Het twaalf dorpenparadijs”, blz. 34 en 35).

 

 

5.12    De Onze-Lieve-Vrouwekerk van Sint-Maria-Latem.

Over de geschiedenis van het oorspronkelijk kerkje en verbouwingen in de 13e en 14e eeuw is weinig bekend, evenmin omtrent de beschadigingen die tijdens de beeldenstorm en de godsdienstoorlogen uit de 16e eeuw werden aangericht. Op een schets uit 1707 werd de kerk voorgesteld als een éénbeukige kruiskerk met achtkantige vieringstoren.

 

De huidige verbouwde kerk dateert uit 1910 is voor het grootste gedeelte opgericht in Doornikse kalksteen, met sporadische wat veldsteen. De kerk bestaat thans uit een driebeukige benedenkerk van drie traveeën, met aan de noordelijke zijbeuk een vijfzijdige doopkapel. De achtkantige toren (lantaarntoren) is geheel uit Doorninkse steen. Tenzijde van het koor werd een nieuwe sacristie aangebouwd en ten noorden een traptoren en een bergplaats.

 

Het interieur van de kerk omvat een omvangrijke preekstoel en meerdere schilderijen uit de 17 en 18e eeuw. 

 

 

 

6.0   Kapellen

 

 

6.1      De Sint-Margarethakapel te Wijlegem

 

6.1.1   Geschiedenis

Volgens bewaarde documenten schonken Reinelmus en Ida de landbouwhoeve Wijlegem aan de Sint-Pietersabdij van Gent, als dotatie bij hun schenking van de kerk van Roborst. Mogelijk was bij deze schenking van boerderij annex villa, ook een kapel inbegrepen. In 1108 wordt door bisschop Odo de schenking bevestigd, in de akte wordt naast de boerderij, ook een kapel vermeld, toen nog toegewijd aan Sint-Bartholomeus. De Sint-Pietersabdij behield het patronaat tot de kerk in 1566 werd ontheiligd door de protestanten. Na de godsdienstperikelen werd de kerk als schuur gebruikt.

 

In het begin van de 17e eeuw werden herstellingswerken uitgevoerd en werd de kapel opnieuw gewijd. De kapel werd toen opgedragen aan O.L. Vrouw. Weer later, men weet niet meer precies wanneer, werd Sint-Margaretha de patrones.

 

Tot het eind van de 18e eeuw werd de kapel bediend door de pastoor van Roborst. Vanaf 1790 door de pastoor van Sint-Blasius-Boekel.

 

6.1.2   Ligging

De kapel bevindt zich op een hoogtepunt tussen Sint-Denijs-Boekel en Sint-Blasius-Boekel, in de wijk Wijlegem. Vroeger was ze omringd door een klein kerkhof. Ernaast en rechtover liggen twee grote hoeven. Het geheel is zowel historisch als landelijk waardevol.

 

De kapel zelf is een klein rechthoekig zaalkerkje, grotendeels uit baksteen met hier en daar wat Doornikse kalksteen. Grondlaag, hoekstenen, geveloren en deuromlijsting zijn in zandsteen. Het zadeldak is in de oostzijde door een enkel schild afgeschuind. In het midden van de nok staat een zeskantige dakruiter.  De zandstenen omlijsting van het westportaal draagt het jaartal 1788.

 

6.1.3   Restauratie

In 1995-1996 werd op initiatief van het gemeentebestuur de kapel volledig gerestaureerd.  In de buitenmuur was tot voor de restauratie van 1995 een grijze steen (18e eeuw) ingemetseld met het wapenschild van de Sint-Pietersabdij. Gezien zijn historische waarde en de kans op verdere erosie; werd deze steen aan de binnenkant van de kapel aangebracht en buiten vervangen door een kopie in blauwe kalksteen. Ook werd het 18e eeuws Christusbeeld aan de oostmuur van het gebouw vervangen door een kopie.

 

Het interieur bleef relatief goed bewaard: er is een prachtige communiebank in houtsnijwerk. Het doksaal en de armmeesterbank zijn eveneens volledig in het hout uitgevoerd.

 

Op 20 juli werd in Wijlegem de jaarlijkse bedevaart gehouden. Zwangere vrouwen en zieke kinderen gingen er naartoe om gunsten af te smeken van de heilige Margaretha, de Romeinse martelares.   (Bron: o.a.  “Zwalm, Het twaalf dorpenparadijs”, blz. 41en 42).

 

 

6.2      De kapel van O.L.V. van Lourdes in Sint-Denijs-Boekel

Deze kapel werd in de 19e eeuw opgericht ten zuiden van het dorp, langs de weg die de twee boekels verbindt Het kapelletje is in baksteen en bevindt zich tussen twee lindebomen.

(Bron:  “Zwalm, Het twaalf dorpenparadijs”, blz. 38).

 

 

 

6.3      De Sint-Blasiuskapel te Sint-Blasius-Boekel

Ongeveer 1 km ten oosten van de kapel van Wijlegem, op de wijk Kouteren, te Sint-Blasius-Boekel, staat de eeuwenoude Sint-Blasius veldkapel, tussen enkele lindenbomen. Bovenaan staat het jaartal 1776, maar vermoedelijk is deze kapel veel ouder en gaat het om een verbouwing. Het is een witgeschilderd bakstenen gebouwtje met rood pannendoek. Binnenin staat het beeld van Sint-Blasius, die als patroon wordt vereerd tegen keelziekten.

(Bron:  “Zwalm, Het twaalf dorpenparadijs”, blz. 38 en 39).

 

 

 

6.4      De O.L. Vrouw van Lourdeskapel te Paulatem

Deze kapel werd gebouwd op initiatief van mej. F. Petit en gewijd in 1876.  In 1941 werd ze vergroot, in 1956 werden de 7 staties van O.L.Vrouw van Smarten toegevoegd.

(Bron:  “Zwalm, Het twaalf dorpenparadijs”, blz. 38 en 39).

 

 

 

6.5      De kapel  “Nood zoekt troost” te Nederzwalm

De kapel bevindt zich langs de Stationsstraat te Nederzwalm, op de hoek van de Biestmolenstraat. De kapel werd in 1933 gebouw op initiatief van de familie J. van Durme-Van der Bauwede. Vooral de bouwstijl en het speciaal steensverband zijn opvallend aan deze kapel. Tot 1996 was de kapel privaatbezit. In dat jaar schonken de eigenaren de kapel aan de gemeente.  (Bron:  “Zwalm, Het twaalf dorpenparadijs”, blz. 39).

 

 

 

 

6.6      De Vredeskapel te Munkzwalm

Langs de Zwalmbeek, ongeveer op de plaats waar de vroegere kerk van Munkzwalm heeft gestaan, werd op initiatief van de families Putman en Matthys, uit dankbaarheid voor de terugkeer van een familielid uit een Nazi-concentratiekamp, na de oorlog “de Vredeskapel” opgericht.

(Bron:  “Zwalm, Het twaalf dorpenparadijs”, blz. 39).

 

 

6.7      De “Grote kapel” te Sint Maria-Latem

Over de oorsprong van deze kapel is weinig bekend. Wel weten we dat de kapel in 1890 werd vergroot op initiatief van de familie Imschoot. Het huidige beeld in de kapel werd geschonken door E.H. Imschoot. Er was in het verleden sprake om de kapel af te breken voor de verbreding van de provinciale weg Aalst-Oudenaarde, maar de kerkfabriek verzette zich tegen deze plannen.

(Bron:  “Zwalm, Het twaalf dorpenparadijs”, blz. 39).